top of page

Spiegels van de ziel

  • Foto van schrijver: Jorte
    Jorte
  • 19 mrt
  • 5 minuten om te lezen

Intergenerationeel trauma

 

Een fenomeen dat steeds meer herkent en erkent wordt in onze maatschappij. Patronen van pijn en overlevingsmechanismen worden van generatie op generatie doorgegeven. Methoden die hier bewustzijn in brengen, zoals familieopstellingen, zijn enorm populair. Ze laten zien wat er onder de oppervlakte speelt in jouw systeem van herkomst en wat jou mede gemaakt heeft gevormd tot wie je nu bent. (en ja, ik begeleid ze ook)

 

Maar hoe zit het met de pijn en het trauma dat jij doorgeeft aan jouw kinderen? Het is een onderdeel van intergenerationeel trauma waar ik veel minder over hoor of lees, en waar ik eerlijk gezegd zelf ook minder graag over deel. Want hoe kwetsbaar en pijnlijk is het om te beseffen dat je juist datgene doorgeeft aan je kinderen waar je ze het allerliefst voor wilt behoeden. En toch zit hier vaak een enorme kans voor groei en heling. Zowel voor jou als voor je kinderen. Want hoe graag we ook pas kinderen zouden krijgen wanneer we vrij zijn van onze emotionele kwetsuren, vaak zijn het juist onze kinderen die ons de pijn spiegelen die we liever niet zouden willen zien.

 

De vraag die mij bezig houdt is hoe we vanuit gelijkmoedigheid kunnen kijken naar zowel de pijn die we (onbedoeld) hebben meegekregen, als naar de pijn die we (onbedoeld) doorgeven? Er is denk ik geen quick fix. Het is een constante beoefening, en ik schreef onderstaande blog 'Spiegels van de ziel' over mijn beoefening hierin. Hoe ga jij hier mee om?

 

 

Spiegels van de ziel

 

Als een razende loop ik door het huis. Ik doe alles tegelijk. Koken, was ophangen, opruimen, planten water geven, wekkers opladen, mijn kinderen instructies geven wat zij moeten doen. Ik ben als een hoge snelheidstrein die niet meer kan stoppen en met grote kracht overal overheen dendert. Een soort super women die in een half uur tijd de huishoudelijke taken van een week probeert uit te voeren. Tot er iets is wat mij verhindert door te denderen. Mijn zoon.

 

Hij blokkeert. Wanneer ik verstrak en middels controle mijn innerlijke chaos probeer te bedwingen, slaat zijn systeem op tilt. Hij doet niets meer. Ik probeer hem nog mee te trekken in mijn vaart, en verhef mijn stem meer dan nodig om hem te laten doen wat ik graag wil. En met tranen in zijn ogen vraagt hij: 'Mama, waarom doe je zo boos?'

 

Het is alsof hij een speer afvuurt door al mijn overlevingslagen heen, recht in mijn hart. Ik sta stil, en voel de chaos in mijn lijf door denderen. Als een storm in een glas water. Ik besef me dat dit een belangrijk moment is. Voor hem en voor mij. Met alle wilskracht die ik in me heb blijf ik staan en haal ik een keer diep adem. Dan kijk ik hem aan en zeg: 'Je hebt gelijk, dat was niet nodig, sorry.' Ik ga op de grond zitten en voel de storm in mijn lichaam doorwoekeren. Ik kijk hem aan en vraag 'Dat was niet fijn hè?' We hebben een kort gesprekje en dan komt hij naar me toe en gaat op mijn schoot zitten. We blijven een paar minuten zitten tot hij weer opstaat en verder gaat spelen met zijn voetbalplaatjes.

 

Nu komt het stemmetje dat me er van langs geeft. 'Waarom doe je dat toch? Dat heeft toch geen enkele zin? Je ziet toch wat het met hem doet?' Ik weet dat als ik dit stemmetje de ruimte geef, ik me in no-time veel slechter zal voelen en ik en mijn zoon nog verder van huis zijn. Ik parkeer het en beloof mezelf hier vanavond, bij mezelf, op terug te komen.

 

Wanneer de kinderen slapen ga ik op de bank liggen. Mijn hoofd stormt nog steeds. Het lijkt onmogelijk om te blijven liggen. De druk om in beweging te komen is zo groot. Maar ik weet dat als ik iets van vandaag wil leren, ik nu met mijn aandacht naar binnen heb te gaan. Ik verleg mijn aandacht van de gedachten in mijn hoofd naar voelend gewaar zijn in mijn hoofd. Alsof ik achter mijn hoofd ga staan en voel wat er in gebeurd. De druk is hoog, alsof mijn hoofd elk moment uit elkaar kan spatten. Ik leg mijn handen op de zijkant van mijn hoofd. Niet om het rustig te maken, maar om vanuit mijn handen te voelen wat er in mijn hoofd gebeurd. Het is alsof er stoom van afkomt. Met de aandacht die ik aan mijn hoofd geef lijkt de druk in eerste instantie alleen maar toe te nemen. Er komen allerlei gedachten langs met dingen die ik nog zou moeten doen, maar ik keer steeds opnieuw terug naar het voelen in mijn hoofd. En dan zakt de druk naar beneden. Ik voel de tinteling in mijn keel, en leg mijn vingers er voorzichtig bovenop. Mijn kaken en keel worden warm. Er loopt een traan over mijn gezicht. Er komt beweging in wat ik voel. Mijn lichaam ontspant en ik merk op dat mijn lichaam zich vult met lucht gevolgd door een diepe zucht. Dan leg ik mijn handen op mijn hart. Ik voel een fysieke pijn gevolgd door verdriet. Dit was wat ik niet wou voelen. Machteloosheid. Verdriet. Emoties die ik zo goed ken, maar me nog steeds kunnen overdonderen. Emoties die ik gespiegeld zag in de ogen van mijn zoon. Ik blijf met mijn aandacht bij het gevoel en na een minuut of twee is het klaar. Ik doe mijn ogen open en alles voelt kraakhelder, als het ochtendzonnetje dat schijnt op de ravage na een stormachtige nacht. En ik weet: ´Ik ben er weer´.

 

Reflecterend op wat er die dag is gebeurd, zie ik hoe ik, opnieuw, de buitenwereld probeerde te controleren. Alles om de machteloosheid in mezelf maar niet te ervaren. Ooit was het de enige manier die ik kende. Stom genoeg kreeg ik er vaak nog waardering voor ook: de prachtige cijferlijsten op de middelbare school, de master die ik cum laude behaalde, de positieve feedback van klanten op rapporten die ik tot in de puntjes perfectioneerde. Het was een overlevingsmechanisme wat me staande hield in een wereld die me met regelmaat overweldigde. Later werd het een overlevingsmechanisme wat ik vervloekte, omdat ik zag welke afstand het creëerde tussen mij en mijn kinderen. Stap voor stap heb ik mogen leren er met andere ogen naar te kijken. Ik heb het leren zien als een weksignaal voor iets dat van binnen aandacht nodig heeft. Ik besef me hoe dubbel het leven is. Ik ben dankbaar dat ik met veel meer mildheid kan kijken naar mijn eigen overlevingsmechanismen wanneer ze weer eens de kop opsteken. In veel gevallen kan ik er zelfs anders mee om gaan. En tegelijkertijd besef ik me dat ik mijn kinderen niet hebben kunnen behoeden voor mijn pijn. De grootste groei die ik heb doorgemaakt is juist ingezet door de spiegels die zij me voorhielden. Het is er allebei.


En dan denk ik ineens weer aan wat mijn zoon zei: 'Waarom doe je zo boos?'.  Hij zei niet: 'Waarom ben je zo boos?'. Misschien heb ik hem toch ook wel iets positiefs mee gegeven. En met zowel een traan op mijn wang als een lichte glimlach rondom mijn lippen val ik in slaap.




Moeder die trauma doorgeeft aan haar kind

Opmerkingen


© 2025 door Jorte. Powered and secured by Wix

bottom of page